HEMEL EN HEL jan. 2015

Er is nog steeds veel onduidelijkheid rond hemel en hel.
Vanuit de kerken is vooral uit vroege middeleeuwen angst gezaaid dat je in het
leven vooral als doel moest hebben de hel te vermijden en alles te doen om in de hemel te komen. Je zou de hemel pas kunnen bereiken als je je
aan diverse rituelen zou houden. Je zou daarbij volgens bepaalde leer die hemel kunnen verdienen door veel geld te
betalen, of martelaar te zijn. Goede mensen wisten dat hemel bereikt zou kunnen worden door Gods wil te
doen. De wil van de liefde dus. Men begreep nog dat hemel en hel ‘plaatsen’ van
liefde met een bepaalde kwaliteit waren. Later kreeg men een beeld van een
straffende, zich wrekende God die met liefde zou doorverwijzen naar de hel waar
een mens faalde in liefhebben. Er zou dan in de eeuwigheid geen redding meer
zijn en men zou ‘branden in de hel’, als je het op aarde niet had gehaald.

De hel lag meer binnen bereik en paste meer bij de mens
die het dierlijke in hem wilde volgen. . Hel zou je bereiken door alles te doen
wat God verboden had. Een mens kwam – als het lag aan bepaalde kerkgeleerden,
kerkdienaars – al snel in de hel, of juist nooit als je maar deed wat de heren
van gezag wilden dat je deed. Ze beloofden hemel, verwezen mensen die hen
welgevallig waren ernaar toe en
verklaarden mensen heilig als ze vonden dat ze naar menselijke ( hun)
maatstaven een goed leven geleid hadden.
Dat wat goed was, lag soms aan wat de denker, de kerkvader zelf zag als behorend
bij hel of hemel.

Mensen zijn immers geneigd veel kromme dingen recht en rechte dingen krom te praten, al naar
gelang het ons uitkomt of geleerd is. Zo
zijn er veel ( voor) oordelen en kunnen we heel wat vreemde zaken, denkwijzen,
handelingen om in hemel en hel te komen, goedpraten of juist ook niet.

De mens is sinds lange tijd zó in zijn denken komen te
zitten, dat hij geestelijke taal niet of nauwelijks meer kan begrijpen. Hemel
en hel zijn immers geestelijke begrippen. Hemel en hel zijn niet bedoeld als
letterlijke, materiële ( verblijfs) plaatsen, maar als geestelijke sferen die
bepaalde kwaliteit van liefde of niet-liefde aangeven. Het zijn plaatsen (
hoedanigheden) die een ziel zich heeft verworven, door er voor te kiezen ja of
nee. Een ziel die werkelijk voor iets kiest, zal er haar best voor doen en in
handelen haar doel duidelijk en dus eerlijk laten zien.

Hemel is een staat
van de ziel waarin deze liefheeft en het goede dus wil en doet.

Hel is een staat van de ziel waarin deze niet liefheeft
en het goede dus niet wil en niet doet.

Een ziel die nog twijfelt en nog niet een bewuste keus
gemaakt heeft, zal de ene keer dit en de andere keer dat doen en navolgen
en steeds een andere weg zoeken en
bewandelen die hopelijk leidt naar meer voldoening, geluksbevinden en welvaart. Dat zij zoekende is, zal zich uiten in meer of
minder pech. Dat hoort bij het leven. Het onderweg zijn in het leven brengt en
geluk en pech met zich mee. Zo is dat te midden van een combinatie van
geestelijke en materiële hoedanigheden. Daar kan geen mens omheen.

De ziel die niet twijfelt en van nature het goede zoekt
en doet, zal een leven kennen dat niet altijd eenvoudig is. Zij roeit immers
vaak tegen de stroom van gevestigd, heersend denken en handelen in en verklaart zichzelf daarmee
nogal eens de oorlog. Deze ‘oorlog’ kan
strijd en narigheid daaruit zijn die voortkomt uit het anders willen doen dan
het ‘de wereld’ ( de liefdeloze mens, de materiële kijk op het leven, het
egoïsme) uitkomt. Het kan zelfs zijn dat deze mens uitgestoten wordt of een
underdog, waarbij zijn goede streven niet uit de verf komt of zelf verhinderd
wordt. Deze mens beleeft dan hel op aarde, maar…. heeft wél de hemel ( al ) in zich, door trouw te zijn aan het
goede gevoel dat zijn hart hem aangeeft!

Zo kunnen er ook zielen zijn die in de wereld alles
lijken te hebben, alle macht hebben, alle wijsheid lijken te hebben, steeds op
hun wenken bediend worden. Het lijkt alsof zij het gemaakt hebben. Zij dienen in werkelijkheid hun eigen egoïsme
en hoogmoed en lijken hemel naar wereldse maatstaven te ervaren, maar beleven
in zich – zij het verstopt onder veelvuldig genieten van luxe en welvaart – de
hel . Wat zij in wezen missen – gebrek aan zelfrespect, liefde, bevestiging,
enz. – proberen zij te sussen met allerlei ( verdovende middelen) , waardoor
het beleven van wat werkelijk wordt gemist, niet wordt gevoeld.

Er zijn ook mensenzielen die nog zo weinig liefde
hebben – misschien wel omdat zij nooit
ervaren hebben wat liefde was – dat zij ieder willen kwetsen die het wel goed
meent, waardoor zij hel op aarde veroorzaken en de hel in zichzelf laten
groeien. In een poging het goede de kiem te smoren, doden zij alle vermogen tot
liefhebben in zichzelf en de ander, waardoor zij hel beleven en rondstrooien.

De ziel die door allerlei levenslessen -waarin telkens
weer duidelijk wordt dat het gaat om dienende liefde, die ruimte voor ieder
schept – kansen krijgt om zijn begrip van wat werkelijk liefde is, bij te
stellen, kan hierdoor het oude achter zich laten om het nieuwe dan alsnog vorm te gaan geven.

Hij vergeeft de ander en zichzelf en start op een meer
liefdevolle wijze met leven. Deze mens ontwikkelt gaandeweg de hemel in
zichzelf, omdat hij meer en meer begint te luisteren naar de liefde in zich, in
plaats van naar de pijn, wrok, haat en angst. Hij maakt dan dus de geest van God in zich
groter. Dat is wat de Bijbel bedoelt met ‘naar de kerk gaan om Gods woord te
horen’.

De voorganger is de stem van het eigen hart of dat van de
andere mens die in werkelijke liefde
spreekt en handelt. De kerk is je eigen hart, je eigen gezin, dorp,
genootschap, groep, waar die liefde als stem heerst. Je staat elkaar dan bij om
elkaar goed te doen voelen, zoals dat mogelijk is en ook steeds meer mogelijk
wordt. Dat is de kracht van liefde waar de Bijbel over spreekt. De mens ervaart
hemel op aarde, waar liefde regeert. Daarom zegt de Bijbel dat in de kerk, God
woont. Het is zijn tempel, zijn woonplaats. Een teken van nabijheid van God is
het beleven van vrede. Dat klopt. Een mens die zichzelf, de stem van God in
zich trouw blijft, kan te midden van de grootste ellende sterk en rustig
blijven….

Het gaat dus niet om een uiterlijk gebouw, waar de hemel
te vinden zou zijn, maar om je eigen hart, je eigen leefgemeenschap groot of
klein, waar de Liefde heerst en deze tot voorbeeld is en wordt genomen en voorganger is van de
gemeente die de baas is en de weg wijst… De liefde gaat dan dus de gemeente
voor, waardoor anderen vanzelf volgen omdat zij gehoorzaam willen zijn aan de
voorganger van wie ze herkennen dat deze waarheid predikt en doet.

Iedere ziel heeft het vermogen tot liefhebben in zich.
Iedere ziel komt voort uit de zuivere liefde die God wordt genoemd. Deze geest van zuivere liefde leeft in ieder
mens. Alleen is deze geest op de
achtergrond aanwezig in de mens. De ziel
is het karakteristieke, dat wat de persoonlijkheid van de mens vormt. Deze ziel
van ieder mens is uniek en dient zich op te trekken aan wat de Geest van God,
de liefde in hem wil en adviseert.

Het lichaam van de mens voert dan als het goed is uit wat
de ziel en de geest in de mens samen willen.

De mens vormt dan een heilige drie-eenheid die zoveel
mogelijk geluk en gezondheid mogelijk maakt. Het gaat hier om een heilige = heelmakende (
heil = gezondheid, heelheid) drie-eenheid, waarbinnen dus ziel -geest – lichaam samenwerken met als
doel een gezond lichaam

( gemeenschap) te ontwikkelen.

Waar de mens – die de vrije wil heeft – het verkeerde
kiest, kiest deze mens er voor om te doen wat zijn lichaam wil. De ziel is dan
soms – vaak onbewust – slachtoffer van
wat het lichaam wil. De ziel volgt deze drang van het lichaam en wordt slaaf
van wat het lichaam wil. Het lichaam wil
het meest materiële, dierlijke, tijdelijke dat een mens kan willen. De ziel die het goede vast wel wil, maar zwak is, wil vaak wat het lichaam, als ze bemerkt dat
dat wel goed lijkt te bevallen. Ze merkt pas helaas vaker dat dat wat gewenst
werd tijdelijk is en haar zwak maakt. Het lichaam kan ziek worden. De ziel wil dan
uiteindelijk wel na veel narigheid terug naar iets dat meer rust, tevredenheid
en vrede geeft, maar heeft zich dikwijls niet geoefend in het zoeken en vinden
daarvan. Daarom staat ze nogal eens geestelijk gezien in de kou en vult het
gemis op – dat vroeg of laat wordt gevoeld – met allerlei surrogaten. Dat verzwakt haar toch nog weer, waardoor ze
het lijntje met de geest meer en meer verliest. Ze stopt dan met vertrouwen in
zichzelf – trouw zijn aan de liefde in haarzelf – , waardoor ze het meer en
meer moet hebben van wat anderen van haar willen en zeggen dat goed is. Ze
wordt meer en meer slaaf van ‘de buitenkant’, waar het geluk en gezondheid toch
echt niet liggen.

Ze beleeft dan in haar idee hel en beseft niet dat hemel
veel dichter bij is en ervaren kan gaan worden door (eindelijk, alsnog) trouw
te worden aan haar eigen geest die de echte waarheid verkondigt in wat goed is
om zichzelf te kunnen zijn zoals die geest van waarheid en liefde ( God) dat
voor haar heeft bedoel en nog steeds bedoelt! De ziel weet door gebrek aan trouw zijn aan
zichzelf

( zelfvertrouwen, trouw zijn aan de waarheid in haar) niet
meer zo goed of helemaal niet meer waar
het om gaat en roept vertwijfeld naar hulp die van buitenaf wordt gezocht maar
niet in zichzelf gekend en dus aangeboord wordt… God komt zodoende ver weg te
staan, onbereikbaar en wordt niet meer in de stilte van het eigen hart gezocht,
laat staan gehoord en … gevolgd.

De kunst is het , dat de ziel zich bewust wordt van
zichzelf en begrijpt dat er een hoger doel te dienen valt, namelijk de geest in
zichzelf. Deze geest weet namelijk
ALTIJD wat het juiste is en zal ALTIJD adviseren – als de stem van het geweten
– in wat je beter kunt doen of beter
kunt laten.

Deze stem is alleen op de achtergrond aanwezig. Zou deze
stem zich opdringen, dan zou de mensenziel niet meer vrij zijn om zelf een keus
te maken. Hij zou dan immers gedwongen
worden om te doen wat zijn hart hem vertelt. De mens zou dan een machine, robot
worden en niet uit eigen vrije wil een keuze maken. De ziel zou dan niet meer uit eigen wil
kunnen scheppen en zeer ongelukkig worden. Hij zou zijn unieke zijn verliezen. Daardoor
zou ieder hetzelfde willen en doen en zou niemand meer kunnen leren, delen,
ontvangen. Het leven zou voor de Liefde in ieder mens een regelrechte ramp zijn
en totaal zinloos. Immers het gaat er juist om, om het unieke te beleven, te
delen, te laten groeien, waardoor er een harmonieuze samenleving zou bestaan, waarin
ieder het zijne kan doen, waarmee een ander weer gediend zou zijn.

De ziel die ervoor kiest – omdat zij dat wil – om het
goede te doen, zal het goede in haar hart geloven er naar luisteren en het
proberen in de praktijk te brengen. De ziel zal dan vanzelf met de tijd
ontdekken dat het hart gelijk heeft, al betekent dat niet per definitie en
gemakkelijk, luxe leventje!

De ziel die haar hart volgt, zal gemakkelijker haar
lichaam onder controle kunnen houden en de surrogaten die het lichaam vaak
vraagt, niet nemen. De ziel zal meer en meer sterk worden om de verleidingen
van materie en van haar eigen lijf te weerstaan.

De ziel werkt
hiermee aan een sterkere verbinding met haar geest in haar, waardoor ze sneller de stem van haar hart opmerkt, steeds
meer het goede in de mensen en dingen om
haar heen opmerkt.

Ze ervaart dan dat ze er de kracht voor heeft om dat
goede te doen en te zoeken in de omstandigheden van het leven. Deze ziel
ervaart hemel, al is het leven niet altijd in harmonie om haar heen.

De staat van de ziel waarbij ze kiest wat de materie, de
niet-liefde en haar lichaam willen, noem je hel. De staat van de ziel waarbij ze haar geest
volgt en hier vanuit handelt, noem je hemel… Hemel en hel zijn dus staten van bewustzijn,
waarbij wel- liefde of niet- liefde worden gezocht en gedaan.

Het zijn dus verblijfsplaatsen ( bewustzijnssferen) van de ziel.

Een mens kan dus hemel ervaren te midden van een hels
bestaan, of te wel geluk ervaren, al zijn diens omstandigheden soms verre van
ideaal. Zo kan iemand jou even aandacht geven en je een mooi moment bezorgen, waardoor
je toch weer wat moed hebt, al verandert je wijze van leven daar niet meteen
door… Een mens kan ook hel ervaren te
midden van een fijn bestaan, of te wel
ellende ervaren die dan wel niet deel van zijn leven uitmaakt, maar er
toch is. Zo kan er om je heen ruzie zijn, terwijl jij daar geen deel
aan hebt.

Hemel en hel zijn sferen van liefde en niet-liefde, waar
de ziel zich ophoudt. Ze kiest daar wel of niet te zijn. De bijbel zegt: een
mens kan geen twee heren dienen… Hiermee wordt bedoeld: je kan niet van twee
walletjes snoepen: ‘óf je kiest voor
liefhebben en je hebt lief, óf je hebt niet lief en moet dan ook maar niet-liefde
ervaren’. Het is liefde die vrijlaat. Daarom is het ook liefde dat iemand zich
in een ‘hel ‘ bevindt, als hij de niet-liefde kiest te doen! Zo is ook
onwetendheid een bron van niet-liefde.
Zolang een ziel zich het ware, goede niet bewust is, kan hij er ook niet goed
voor kiezen om het foute ( niet liefde) te laten. Een mens kan pas het goede
kiezen, als hij dat goed kent of… WIL kennen.

Het is ook liefde
dat iemand liefde ervaart in zijn leven, als deze mens liefde doet,
kiest.

Het zou geen liefde zijn, als iemand die wil leven in
grootste ellende, dat niet kan doen. Dat lijkt raar, of liefdeloos, maar is het
niet! Immers, ieder mens wil kunnen doen wat hij wil. Hij moet ondervinden wat
de gevolgen zijn van niet-liefde, wil hij voortaan zèlf zijn leven willen
veranderen.

Het is liefde dat een mens die ruimte heeft. Alleen… zegt diezelfde liefde óók, dat je
moet zorgen dat het liefde is die je wilt, dus zoekt en ook doet.
Dat is
weer die drie-eenheid die een mens hoort te hebben: je moet op één lijn zitten
met jezelf: met je ziel moet je willen, met je geest die je de weg wijst en je
lichaam ( waartoe ook je hersenen, dus je verstand hoort) die dat mogelijk
maakt en uitvoert.

Ieder mens is vrij om te kiezen en heeft recht op zijn
keus. Alleen… moet de ziel dus een bewuste keuze maken om het goede te doen.
Hij heeft daarvoor een goed voorbeeld nodig waarin het juiste wordt
voorgeleefd, zodat hij het na kan doen en sterk kan maken, zoals dat voor zijn
unieke wezen past en mogelijk is.
Opvoeding is van cruciaal belang. Als het thuis al een hel is, hoe kun
je dan nog in de hemel gaan geloven?

Als jou wordt gedreigd met de hel ( er is geen toekomst voor jou) als je anders bent dan anderen vinden dat het hoort of moet,
vind je het dan logisch dat je geen hemel kunt creëren, omdat je niet eens
gelooft in het feit dat je zelf je hemel moet scheppen , juist vanuit het
unieke dat je bent en hebt?

Als jij leert dat je de hemel verdient, door anderen te
vermoorden, vind je het dan raar dat er een hel op aarde ontstaat?

Vind je het vreemd als iemand onrecht ondervindt omdat de
overheid die zegt te beschermen zich corrupt
opstelt, waardoor deze mens niet meer
gelooft in de kracht van liefde en zelf recht in eigen hand neemt, waardoor de
hel zich alleen maar uitbreidt in de vorm van toename van geweld?

Vind je het raar dat mensen die leren dat God aanbeden
wenst te worden met of via geld, macht,
status, bezit, liefdeloosheid en ongelijkheid, bekeringsdrang in de naam
van God, zich moeten houden aan bepaalde
rituelen ongelukkig worden, bikkelhard, oneerlijk worden en zich afkeren van
liefde en tegelijkertijd niet beseffen
dat zij zich van de hemel aan het verwijderen zijn en niets meer willen weten
van vergeving, liefde, God en zijn liefdesadviezen?

Hemel en hel zijn niveaus van liefde die je ambieert, met
je meedraagt, uitdraagt, nastreeft.

het gaat er niet om dat je perse volmaakt hierin slaagt,
want je staat nu eenmaal te midden van mensen die vanwege hun weer ander niveau
van liefde anders denken over iets en dus andere doelen hebben. Het gaat erom
dat je trouw blijft aan de liefde in jezelf en deze liefde zoveel mogelijk de
ruimte geeft, dus volgt. Dat betekent dus zoveel mogelijk liefhebben in de
praktijk. De Bijbel zegt in dit geval: ‘er is één God die gediend wil worden en
alle eer wil krijgen. Roep Hem bij zijn naam’. Zonder Hem is er geen leven. Met
andere woorden: de liefde is het enige dat telt. Het is de Bron van leven die
alles doet leven en daarom gediend moet worden. Gebruik Hem. Zonder de Liefde
is niets, het leven niet mogelijk.

Woorden brengen geen vrede. Wel een goede daad voor een
mens in nood.

Daarom is elkaar dienen in onbaatzuchtige liefde het
antwoord op veel problemen in de wereld.

Op aarde leven mensen in hemel en hel naast elkaar. Soms
weet je niet of iemand zich in hemel of hel bevindt, of denk je dat hier of
daar de hemel of hel is. Je kunt je er behoorlijk in vergissen.

In de geestelijke sferen zijn hemel en hel duidelijker
gescheiden. Immers, materie staat er daar niet in de weg en wat waar is, is
waar en uit zich als zodanig en als eeuwig.

Wat niet waar is en dus misleiding is dus niet -liefde,
verdwijnt zodra je dacht het te kunnen pakken.

Misleiding, niet-liefde bestaat alleen zolang iemand
ervoor kiest en in de kracht ervan gelooft. In de geestelijke wereld worden de
wezenlijke intenties duidelijk. Het meest wezenlijke doel van iemand wordt dan
dus duidelijk. Op aarde kun je net doen alsof, maar in de geestelijke beleving
ervaar je voor jezelf wat je echt wilt. Dat is in de eeuwigheid niet weg te
denken, omdat die geest immers het wezen is van ieder mens!

Waar je wilt zijn, ben je.

Waar je niet wilt zijn ben je niet en kún je ook niet zijn,
omdat je dat niet gecreëerd hebt.

Dat is liefde, dat je schept wat je wilt.

Hemel en hel zijn daar waar je wel of niet liefde hebt en
zoekt.

De ziel groeit, zodra ze dat wil. De liefde overwint, dus
is er voor iedere mensenziel dat wat zij kiest.

Het is liefde dat er hemel is voor wie liefde zoekt, ook
al was dat nog niet gevonden op aarde.

Het is liefde dat er hel is voor wie die liefde (nog)
niet wil, door welke omstandigheden ook.

Het is ook weer de liefde die in iedere ziel altijd
blijft hunkeren en eens sterker wordt, waardoor ook die ziel toch die liefde
alsnog gaat zoeken en dus zal vinden…..

De Liefde – al is het een klein vonkje – is altijd nog
uit de volmaakte Bron van Liefde, God.

Deze God blijft ieder ‘opporren’, zodat die vonk gaat
groter worden. Dat zorgt immers voor meer liefde, dus voor meer lijken op God.
De ziel keert door het steeds meer liefhebben, terug in de Bron en begint meer en
meer te scheppen in God, náást God, zoals Deze, de Liefde dat wil. Dit proces wordt
beschreven in het Bijbelverhaal van het thuiskomen van de verloren zoon. De
verloren zoon is de mensenziel die dacht te kunnen bestaan zonder God – zijn
wezen – de Liefde. Deze komt erachter dat niets hem kan scheiden van ‘de Vader’
( de Bron die Liefde is en God wordt genoemd) ).

De hemel heeft het laatste woord voor wie dat met zijn
hart wil.

Hel kan in hemel veranderen. Hemel blijft hemel.

Heb je ooit de kracht van liefde gekend en geleerd, dan
zal dit je blijven pakken en laat je nooit meer los. Je hebt dan de hemel
bereikt en neemt deze in de eeuwigheid met je mee. Je hoeft er niets voor te
doen, dan alleen te willen liefhebben en dit
zoveel mogelijk naar kunnen te
doen.

Gera Hoogendoorn, Inner-Art, Vuurlijn 36, 1424 NS De Kwakel.
0297-563753