Optimist Daily: Opvoedingsinterventies laten sporen na in DNA

Binnen de hedendaagse
ontwikkelingspsychologie wordt aangenomen dat ontwikkeling een interactief
proces is tussen kind en omgeving. Fascinerend is dat ervaringen en
omstandigheden ook genetische gevolgen kunnen hebben voor kinderen en
kleinkinderen.

Uit steeds
meer onderzoek blijkt dat verwaarlozing, mishandeling of misbruik in de jeugd
op DNA-niveau zijn sporen nalaat.

Opvoeding
en DNA

Uit recent
Canadees onderzoek, gericht op epigenetische processen, blijkt nu dat een
psychosociaal interventieprogramma gericht op moeders die neigen naar het
verwaarlozen of mishandelen van hun kinderen geholpen zijn met
opvoedingsondersteuning. Bovendien zien de onderzoekers de effecten van
opvoedinsginterventies terug in het DNA-methyleringspatroon binnen het
genoom.

Aan het
langlopende (bijna 30 jaar) onderzoek namen 400 moeders en 190 kinderen deel.
Deze mensen waren afkomstig uit de lagere sociaal-economische klassen. In 1977
werden de moeders van deze kinderen, die toen voor de eerste keer zwanger
waren, onderverdeeld in twee groepen. Ongeveer de ene helft van de groep
zwangere vrouwen ontving kosteloze gezondheidsevaluaties betreffende de
ontwikkeling van het op dat moment nog ongeboren kind. Ook werd het transport
van en naar de kliniek voor deze vrouwen vergoed.

De andere
helft ontving gedurende twee jaar regelmatig huisbezoek en begeleiding van
verpleegkundigen gespecialiseerd in vraagstukken rondom opvoeding en
gezinsplanning. Het aantal huisbezoeken varieerde per gezin en liep uiteen van
6 tot 30. Dertig jaar later werden de effecten van de destijds toegepaste
interventies onderzocht bij de nakomelingen.

Onderzoeksmetingen

Een deel van
de onderzoeksmetingen betrof het beantwoorden van een online vragenlijst over
de geestelijke gezondheid variërend van het optreden van depressies tot en met
verslavingsproblematiek zoals drugsgebruik. Hierbij traden weinig verschillen
op tussen de nakomelingen van beide groepen. In andere woorden: op het gebied
van mentale gezondheid leek er nauwelijks verschil of hun moeders indertijd
naar een consultatiebureau gingen voor een tussentijdse evaluatie of begeleid
werden door een verpleegkundige.

Maar iets
interessants deed zich voor toen de onderzoekers bloedmonsters namen. Er traden
subtiele epigenetische verschillen op tussen beide groepen. Opmerkelijk was het
verband tussen de twee jaar durende psychosociale interventie en de wijze
waarop bepaalde genen hun expressie en daarmee hun functie veranderden. De DNA-veranderingen
kwamen tot stand door DNA-methylatie, een proces waarbij groepen atomen
(methylgroepen) worden toegevoegd aan DNA-moleculen om de activiteit van een
DNA-segment te wijzigen zonder de volgorde zelf te veranderen.

De
onderzoekers benadrukken dat (positieve) interventies bij zwangere vrouwen tot
en met twee jaar na de geboorte sporen op genetisch niveau achterlaat bij de
nakomelingen. Vroege interventies hebben dus een epigenetisch effect.
Langdurige vervolgstudies zijn noodzakelijk en moeten uitwijzen hoe en of
bepaalde (gezins)interventies klinisch nuttig zijn ten behoeve van de
geestelijke gezondheid van kinderen en adolescenten.

Bronnen Kieran J. O’Donnell et al. DNA methylome variation in a perinatal nurse-visitation program that
reduces child maltreatment: a 27-year follow-up, Translational Psychiatry
(2018). DOI:
10.1038/s41398-017-0063-9

Geestelijke reden van het feit dat b.v. opvoedingsinterventies sporen
nalaten in DNA — Gera
Hoogendoorn-Verhoef

Dat het effect zo is, dat verandering van bewustzijn
en dit toepassen verandering in DNA tot gevolg heeft, is nu wetenschappelijk bewezen. Op zich is de
verandering in het erfelijk materieaal niet zo vreemd. Immers, wat de
wetenschap nog steeds niet als bewezen ziet
en dus niet meeneemt als feit bij beleid, behandelingen, enz., is dat
het geestelijke altijd vooraf gaat aan een materiële verandering.

Dat betekent dus dat als er een andere geestelijke
houding ( bewustwording, anders denken, toevoegen van kennis, andere leefstijl,
zich meer geholpen voelen, meer hoop hebben, meer steun ervaren, sterker
worden, beperkingen meer kunnen loslaten of omvormen, omstandigheden beter
kunnen aanvaarden of benutten, enz. ) wordt verworven, dit ergens in de materie
een gevolg moet hebben.

Een cel, maar ook dus een klein onderdeel daarvan moet
dus mee veranderen met een andere verworven idee rond iets.

Dat is in het groot makkelijker aan te tonen. Waar het
echter in het groot zo is, is dat ook zo in het klein, alleen wordt dat niet
altijd opgemerkt, omdat je heel veel (duur en specialistisch en ingewikkeld) onderzoek
moet doen in dat ‘kleine gebied’, het de interesse moet hebben, iemand al het
vermoeden moet hebben (waarom zou je anders onderzoek in die richting doen ),
enz.

Iets dat materieel is, is aan te tonen, te
onderzoeken, te benoemen. Kortom, je kunt e.e.a. bewijzen rond dat materiële
wat je onderzoekt.

Iets inhoudelijks geestelijks – dus iets dat niet
materieel is – kun je niet onderzoeken, aantonen, dus ook niet bewijzen.

Dat houdt echter niet in dat het niet bestaat. Alles
heeft een tegenpool. Materie dus ook.

Omdat materie hoe klein of groot ook kan worden
onderzocht en gemeten, is de tegenpool van materie, dat niet! Dat houdt dus in
dat de tegenpool van materie
onstoffelijk is, niet te meten en niet te onderzoeken valt.

Omdat echter alles een tegenpool heeft, kan het niet
anders zijn, dan dat waar materie ‘ophoudt’, iets anders is. Dat ‘iets’ is de
onstoffelijke wereld, de wereld van het geestelijke.

Omdat materie nooit uit zichzelf kan bestaan, moet er
iets anders zijn dat alles in zich heeft om iets te laten ontstaan. Dat iets
moet dan levenbrengend zijn en eindeloos divers. Als we nog verder gaan kijken,
kom je erop uit dat die geestelijke basis een oneindige bron moet zijn die een
eindeloze intelligentie is, wel zo zuiver en compleet, dat het alles in zich
heeft, omdat waar er maar enige beperking zou zijn, er ook beperking van
ruimte, maat, soort, hoedanigheid, enz. zou moeten zijn. Hierdoor zou niets
kunnen blijven bestaan, omdat er geen enkele verbindende kracht of factor zou zijn
die beweging brengt, samenhoudt of samentrekt. Aantrekking is in principe een
geestelijk gebeuren, wat hier en daar wel of niet gemeten kan worden.
Aantrekking is dus in principe onstoffelijk, maar valt in de stof wel te meten.
Zo is er van al wat is een uiterste die te meten is, maar ook niet! Iets is een
keer zichtbaar, maar ook een keer niet. Voor de een is iets merkbaar of
zichtbaar, maar voor de ander is dat niet zo.. De wereld gezien en ongezien, meetbaar en niet
te meten, is opgebouwd uit talloze
veranderlijke hoedanigheden die meer of minder geestelijk zijn, maar zich in
een meer of minder of niet materieel lichaam (stoffelijke vorm) kunnen vertonen
of dus niet te zien, aan te tonen zijn.

Die intelligente bron is dus de basis van alles. Als
we verder kunnen kijken, dan moeten we aanvaarden dat die bron die alles in
zich heeft, ook de énige bron moet zijn. Die ene bron moet dan dus óveral zijn
en álles in zich hebben en alles binnen haar mogelijkheden hebben.

Die bron moet dan het léven zijn, want we zien in de
materie in en om ons heen en waar dan ook
in de hele schepping, dat die bron liéfde moet zijn, want dood doet alles uit
elkaar vallen. Liefde doet juist samenvoegen, samenhouden. Liefde doet leven. Dood niet. Daarom moet die
bron dan dus een en al leven zijn, liefde zijn, overal zijn, alles zijn en de
enige zijn, alles in zich hebben en dus volmaakt zijn.

Daarom kan het niet anders, dat alles in een cel een
geestelijke blauwdruk heeft, die die materie om de blauwdruk heeft ‘aangetrokken’,
waardoor er een zichtbaar stukje – wat
we materie noemen – is ontstaan.

Als je de intentie, de blauwdruk, de geestelijke soort
hoedanigheid verandert, moet dus de materie mee veranderen. Daarom is het zo,
dat b.v. optimisme iets makkelijker doet aankunnen, maar ook beter kan helpen
genezen.

Door liefde wordt veel tot ontwikkeling gebracht en
zijn er eindeloze mogelijkheden. Waar gebrek aan liefde is, wordt samenhang en
samenwerking verloren en lost materie op. Dood is dus een afwezigheid van
samengaan, verbinden, leven, ontwikkeling.

Een mens is niet perfect, dus kan hij lichamelijk
nooit eeuwig leven. Daarom is er leven en dood, zolang we hebben te maken met
iets dat niet perfect is. Alle levensvormen zijn perfect samengesteld, maar
zijn niet in die zin perfect en volmaakt dat ze volmaakt zijn als de liefde die
in hen is ( weet je wel, de geestelijk volmaakte bron is onbeperkt dus ook
oneindig, dus overal…) Daarom leven ze dus niet eeuwig in een materiële vorm!
Waar materie is, is beperking en valt die materie eens – al is het over
miljoenen jaren – uit elkaar. Het bewustzijn komt er dan uit vrij en leeft in
een andere vorm verder en gaat een andere weg van ontwikkeling ( hierover niet verder).

Zolang er dus een cel ergens iets ‘doet’, is er dus
leven. Als een cel niet iets ‘doet’, is er geen beweging, geen leven, geen
groei of ontwikkeling, stagneert iets of verandert iets positief. Waar leven
wordt toegevoegd, zal de ontwikkeling positief zijn. Waar leven niet wordt
toegevoegd of wordt onttrokken, is er verval.

Omdat liefde positieve ontwikkeling en samenhang en
harmonie bewerkstelligt, zal het dus zoveel
mogelijk liefde moeten zijn dat moet worden toegevoegd.

De werking van die cel is te bepalen door de aard van
de intentie, het bewustzijn, de motivatie, denkwijze, leefstijl, geloof, enz.,
te veranderen!

Daarom is het ‘logisch’ dat zeker in jonge jaren
‘snel’ aanpassing van cellen en dus ook van het erfelijk materiaal mogelijk is.

Dat het nu bewezen is, is een stap in de goede
richting er niet meer omheen te kunnen dat iets dat volmaakt Geestelijks, alle
materie maakt (schept) in stand houdt.

Dat houdt in dat je hulp niet alleen moet zoeken in
aanvullen, veranderen, opereren, enz. van
de materie,
maar dat je zeker geestelijke
aspecten moet meenemen in behandeling en leefstijl.

De intentie ( motivatie, gedachte, bedoeling, mate van
levendigheid = mate van zuiver willen liefhebben en dat ook doen ) bepaalt
uiteindelijk gezondheid of ziekte.

Waarom ziekte, gezondheid bestaan is een ander – even
logisch verhaal – maar past niet bij de context van deze uitleg.